Willem Eppinga van Streekmuseum Gaasterland in Sondel: “Wa’t wat bewarret, dy hat wat”

0

SONDEL – Iemand die het Streekmuseum Gaasterland in Sondel binnenstapt, is plotseling de haastige, snelle buitenwereld kwijt.

Ineens ben je vele, vele jaren terug in de tijd. In het Streekmuseum wacht binnen beheerder Willem Eppinga. Hij voldoet helemaal aan het beeld van de negentiende eeuw. Giet eerst heel kalm een kopje koffie in, kiest zijn woorden heel bedachtzaam, heeft geen enkele haast. ‘Terug in de tijd’ zou de slagzin van zijn Streekmuseum kunnen zijn.

Maar de uiteindelijke tekst over het museum komt uit het verhaal van Willem Eppinga: “Wa’t wat bewarret, dy hat wat”. En Willem Eppinga heeft véél bewaard. Bij het afscheid wijst hij nog even op zijn jongensfietsje. Dat heeft hij na veel moeite teruggevonden en laten repareren. “Dat hat mei elkoar miskien wol twa fytsen kostte, mar ik woe it wer ha.” Dat fietsje had hem namelijk geleerd, dat je nooit iets weg moet doen.

Familie van handelaars

Willem Eppinga komt uit een Nijemirdumer familie. Een familie van handelaars en regenten met een goed gevulde beurs. Het boerderijverhaal van Eppinga begint bij oerpake Willem Eppinga. Die had eigenlijk anders moeten heten, maar diens broer Willem stierf tijdens de Napoleontocht naar de Berezina in 1812 en toen wilden ze thuis toch nog weer een Willem. Die bleef als ‘strijkgeldschrijver’ in 1880 hangen aan de uit 1850 stammende boerderij in Sondel. En toen dacht hij: “Dy hâld ik sels mar, dan kin de bern aanst hjir begjinne.”

Heit Hindrik Eppinga en mem Sietske Dijkstra beheerden het Sondelse boerenbedrijf. Kregen daar zeven dochters en vier zoons. Willem was de jongste. De oudere zusters werden uitgehuwelijkt aan andere boeren. Eén broer stierf vroeg, een andere werd boer aan de overkant. Dus bleef de ‘pleats’ aan de Jacobus Boomsmaweg over voor Willem. Samen met zijn uit Oldebroek afkomstige vrouw Alie van der Veen beheerde hij daar 83 koeien.

Het lijkt wat vreemd om bij de beschrijving van een museum zo op de familie in te gaan, maar dit is een familiemuseum. Dat vind je op foto’s en in de werktuigen terug. Het meeste is bewaard spul, veel is ook afkomstig van andere mensen. “Is dit ek wat foar dy?”, zeiden ze dan, want ze zagen hun spullen liever in een museum dan op de rommelmarkt. En dan was er nog de zucht van Willem Eppinga om oude dingen te zoeken, te kopen en dan weer te bewaren.

Vreemd huwelijksaanzoek

Hij deed zijn vrouw indertijd een huwelijksaanzoek met een vreemde vraag: “Haldst ek fan antyk?” Alie deed de ramen bij dominee. En kreeg daarvoor de eerste keer een paar zilveren rijksdaalders. Die heeft ze altijd bewaard. En toen Willem en Alie samen rondreden, kwamen ze bij een ijscotent. Kregen daar ijs met ijzeren lepeltjes. Die hebben ze ook gekocht. “Sju, dy lizze dêr”.

We stuiten op een oude houten hooischudder. Eppinga vertelt: “Sei dy man, dit is de lêste heaskodder fan dy tiid. Ik ha der net op andere, want ik woe him ha. Mar ik bin noch nea wer sa’n ding tsjin kaam”. De schudder staat tussen karren, sjezen, belsliden, oude maaimachines en wat al niet, in de lange stal van de boerderij van Eppinga. Die er dus geen boerderij meer heeft. Hij heeft met zijn vrouw vier dochters en vier zoons grootgebracht. Met één van de zoons is Eppinga een maatschap aangegaan, Op een geven moment hebben ze een nieuwe boerderij gebouwd aan de Sondelerdyk .

“En doe hie ik hjir de romte en de gelegenhyd om dat museum dat ik sa graach ha woe, del te setten.” Zijn vrouw overleed, maar Eppinga zette door. In 2011 werd het Streekmuseum Gaasterland geopend. Voor het monumentale voorhuis en achterom het museum. Je komt dan in een grote woonkamer met tafelkleedjes en beklede stoeltjes. In de kastjes staan diverse serviezen. Eppinga vertelt dat de rijke mensen vroeger in de rouwperiode andere kopjes en schaaltjes gebruikten dan de dagelijkse.

Een psalm op een oud orgeltje

Er is veel teveel om op te noemen. Je moet het zelf zien. Of je speelt even op het oude orgeltje. Dan moet het wel een psalm zijn, want Eppinga heeft nog een tweede hobby. Hij verzamelt bijbels en kerkzangboeken. Oude bijbels liggen daar in rijen aaneen. En Eppinga vertelt moeiteloos in welke kerk en wanneer ze werden gebruikt.

Het Steekmuseum heeft geen specifiek patroon. Geen verhaal, Het is gewoon het verhaal van het boerenleven vanaf 1800. En alles staat door elkaar. Maar Eppinga weet de weg. Hij leidt mensen rond. Hoeveel? Hij zegt het niet te weten, overbodige administratie. Er komen genoeg. Groepen en eenlingen. De VVV levert zijn propaganda aan. Hij verzorgt zijn museum samen met vrijwilligers, want grote groepen kan hij niet alleen aan. En hij voert, zegt hij grijnzend, het beleid. “Want jild kin je mar ien kear útjaan.” Dat zit wel snor.

Willem Eppinga heeft zijn kinderen een boodschap meegegeven. Hij is zelf nu 75. Als hij er niet meer is, moeten zijn kinderen het Streekmuseum voortzetten. “Want mei elkoar ha je de sterkste skouders”. En wat moeten ze nog meer doen? “Bewarje”.

Door Eelke Lok
Foto: Orange Pictures

 

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

X
X

Deel dit met een vriend